Vergoedingsrechten: zaaksvervanging uitgelegd

De problematiek rond zaaksvervanging (art. 1:95 lid 1 BW) is weerbarstig. In de context van het Nederlandse huwelijksvermogensrecht speelt de levering van goederen een cruciale rol bij de bepaling van de vermogenssamenstelling van echtgenoten. Daarnaast is het van belang te bepalen uit welk vermogen het goed betaald is. Hieruit volgt dat een goed kan worden toegewezen aan het privévermogen van een van de echtgenoten, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Er kunnen bij een eventuele scheiding complexe en ongewenste situaties ontstaan. Maar ook tijdens de relatie kan het spanningen met zich meebrengen. Het is belangrijk hier goed mee om te gaan om problemen te voorkomen.

Zaaksvervanging uitgelegd Altijd Voor Elkaar door Willem Jonkers

De rol van levering en betaling bij zaaksvervanging

1. Levering van het Goed

Levering is een essentieel juridisch proces waarmee eigendom van een goed wordt overgedragen van de ene partij naar de andere. In het geval van echtgenoten speelt de levering een sleutelrol bij de vaststelling tot welk vermogen een goed behoort, of dat nu het privévermogen van een van de echtgenoten is of de gemeenschap van goederen.

  • Levering en Eigendom: Levering is het moment waarop de eigendom van een goed formeel wordt overgedragen. Bij roerende zaken gebeurt dit meestal door de feitelijke overgave van het goed, terwijl bij onroerende zaken een notariële akte en inschrijving in het kadaster vereist zijn.

2. Betaling en Herkomst van het Vermogen

De oorsprong van de fondsen waarmee een goed wordt betaald, is van cruciaal belang bij het bepalen van de vermogensstatus van dat goed.

  • Betaling Uit Privévermogen: Wanneer een goed geheel of grotendeels (meer dan 50%) wordt betaald uit het privévermogen van een van de echtgenoten, en de levering van het goed ook aan die echtgenoot plaatsvindt, wordt dit goed tot het privévermogen gerekend. Dit is een vorm van zaaksvervanging, waarbij een nieuw goed in de plaats komt van een goed of geld uit het privévermogen.

  • Betaling Uit Gemeenschapsvermogen: Als de betaling voor een goed volledig of grotendeels (meer dan 50%) uit het gemeenschapsvermogen komt, behoort het goed tot de gemeenschap van goederen, ongeacht wie het in ontvangst heeft genomen. Hieruit volgt dat een goed dat gekocht wordt met gemeenschapsmiddelen, ook tot de gemeenschap behoort, tenzij er duidelijke afspraken of huwelijkse voorwaarden zijn die anders bepalen.

Voorbeeld van een onwenselijke situatie

  • Aankoop auto € 60.000.

  • Er komt € 40.000 uit privévermogen en € 20.000 uit het gemeenschappelijke vermogen.

  • Er wordt geleverd aan beiden. Hierdoor valt de auto in de gemeenschap. Ongeacht dat één van de partners meer dan 50% heeft betaald uit privévermogen. Er is niet aan de leveringseis voldaan dat uitsluitend aan die partner is geleverd om de auto tot het privévermogen toe te delen.

  • Er ontstaat een vergoedingsrecht van € 40.000 op de gemeenschap. Het is een verbruiksgoed, dus het recht is nominaal.

  • Na 5 jaar is de auto nog € 30.000 waard en het echtpaar gaat scheiden.

  • De auto wordt verdeeld, maar het vergoedingsrecht van € 40.000 moet ook betaald worden.

Jurisprudentie

Uit de rechtspraak blijkt dat de wijze van levering en de bron van betaling doorslaggevende factoren zijn bij de bepaling van de vermogensstatus van een goed. Hier zijn enkele relevante voorbeelden:

  • Hoge Raad 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2274: De man kreeg bij een verdeling met zijn moeder een woning toegedeeld waarin hij via de nalatenschap van zijn vader al een aandeel had verkregen. Zijn moeder schold de daarbij ontstane overbedelingsschuld kwijt onder uitsluitingsclausule.

    De Hoge Raad maakte duidelijk dat de woning door zaaksvervanging volledig buiten de huwelijksgemeenschap kon zijn gebleven. Daarvoor moest de notariële akte zo worden uitgelegd dat de tegenprestatie voor het aandeel van de moeder ten laste kwam van het vermogen dat de man onder uitsluitingsclausule van haar had verkregen.

    Of de akte inderdaad zo moest worden uitgelegd, moest na verwijzing worden beoordeeld. De Hoge Raad stelde het privékarakter van de woning dus niet definitief vast. Bij die uitleg kon de vrouw aanspraak maken op een vergoeding aan de huwelijksgemeenschap voor het aandeel dat de man zonder uitsluitingsclausule uit de nalatenschap van zijn vader had verkregen.

  • Rechtbank Zeeland - West-Brabant, 19 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2643: De aanschaf van de woning was volledig betaald met € 95.000 uit het privévermogen van de man. Toch behoorde de woning volgens de rechtbank tot de huwelijksgemeenschap, omdat deze aan beide echtgenoten gezamenlijk was geleverd. De herkomst van het aankoopbedrag was dus niet voldoende om de woning privé te houden.

    De vrouw maakte eveneens aanspraak op een vergoeding voor verbouwingskosten, maar onderbouwde onvoldoende dat zij daarvoor privévermogen had gebruikt. Het door haar genoemde geld van haar vader was bovendien zonder uitsluitingsclausule geschonken en viel daarom in de huwelijksgemeenschap.

    Ook kon de rechtbank niet vaststellen of en hoeveel gemeenschappelijk vermogen in de verbouwing was geïnvesteerd. Daarom ging zij ervan uit dat uitsluitend privévermogen van de man in de woning was geïnvesteerd. Door toepassing van de beleggingsleer bedroeg zijn vergoedingsrecht de volledige actuele marktwaarde van de woning. Bij toedeling aan de man hoefde hij voor deze woning daardoor per saldo geen overbedelingsvergoeding aan de vrouw te betalen.

Conclusie

De bepaling tot welk vermogen een goed behoort, hangt sterk af van de levering en de herkomst van de betalingen. Een goed kan als privévermogen worden aangemerkt als het voor meer dan de helft uit privévermogen betaald is en aan de desbetreffende echtgenoot geleverd wordt. Om problemen en conflicten te voorkomen, is het cruciaal om duidelijke afspraken te maken, een gedegen administratie bij te houden en zo nodig juridisch advies in te winnen bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden of notariële akten.

Over de auteur

Willem Jonkers is gecertificeerd financieel planner, estate planner en register erkend scheidingsadviseur. Hij heeft in die combinatie van certificeringen en ervaring veel kennis van de relatie tussen de financiële én juridische organisatie binnen gezinnen en de onderneming. Lees meer over Willem

Vorige
Vorige

Vergoedingsrechten: récompense en reprise uitgelegd

Volgende
Volgende

Relatie tussen vergoedingsrechten en geld