CFP®, REP & RES® gecertificeerd
Integrale financiële planning voor ondernemers en DGA’s
Als privé en onderneming elkaar raken
Als ondernemer of DGA lopen zakelijke en privékeuzes vaak door elkaar. Inkomen uit onderneming of gebruikelijk loon, dividend, vermogen in de onderneming of privé, pensioen, verkoop, woning, kinderen en nalatenschap grijpen niet zelden op elkaar in.
Ik help je helder krijgen wat deze keuzes betekenen voor jouw inkomen, vermogen, pensioen, juridische afspraken en nalatenschap. Niet alleen fiscaal, maar vooral in samenhang met hoe je nu en later wilt kunnen leven.
Onafhankelijk advies · Zonder productverkoop · Vaste prijsafspraak vooraf.
Inkomen uit onderneming, gebruikelijk loon en dividend;
Vermogen in de onderneming of privé;
Pensioen en eerder stoppen;
Verkoop of afbouw van de onderneming;
Eigen woning, gezin en nalatenschap;
Partner, bescherming en juridische afspraken.
Het eerste uitgebreide inventarisatiegesprek is vrijblijvend. We nemen rustig de tijd om jouw situatie in kaart te brengen en te bepalen welke samenhang belangrijk is.
Ik werk voor ondernemers en DGA’s in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant.
Bekijk of ik in jouw regio actief ben. Lees meer over mijn werkwijze.
Inzicht · Overzicht · Rust · Voor Elkaar
⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️ 4.9 - Google reviews
Van privé- en ondernemingssituatie naar één financieel plan
Het traject in drie hoofdfases
Deze drie stappen geven de hoofdfases van het traject weer. Bij een uitgebreider traject is tussentijds overleg soms nodig om doelen, uitgangspunten, kansen en risico’s scherper te krijgen. Zo ontstaat geen standaardplan, maar een advies dat past bij jouw situatie.
Kennismaking & inventarisatie
Een helder financieel plan begint met inzicht:
Analyse van je privé- en ondernemingssituatie
Inventarisatie van doelen, wensen en zorgen
Duidelijkheid over aanpak, kosten en planning
Online of bij jou thuis
Uitwerking persoonlijk financieel plan
Niet alleen cijfers, maar samenhang:
Privé-inkomen, gebruikelijk loon en dividend
Vermogen in de onderneming of privé
Pensioen, eerder stoppen en verkoop of afbouw
Juridische structuur en afspraken waar nodig
Bespreking, keuzes en vervolg
Van inzicht naar besluitvorming:
Prioriteiten, keuzes en vervolgstappen
Overleg met accountant, fiscalist of notaris waar nodig
Duidelijke documentatie voor later
Geen productverkoop of productbemiddeling
Praktijkvoorbeelden financiële planning voor ondernemers en DGA’s
Zakelijke keuzes werken door in privé. In deze voorbeelden zie je hoe inkomen, vermogen, pensioen, verkoop en nalatenschap samenkomen in één juridisch-financieel plan.
De voorbeelden zijn geanonimiseerd en bedoeld ter herkenning. De juiste keuzes hangen altijd af van de persoonlijke, fiscale en juridische situatie.-
Situatie
Ik hielp in Rotterdam een ondernemersgezin met vier kinderen, waarbij beide ouders een eigen onderneming met holdingstructuur hadden. Door de verkoop van één van de ondernemingen kwam er ineens veel vermogen beschikbaar binnen de holdingstructuur. Dat gaf meer vrijheid, maar ook nieuwe vragen.
Ze konden minder gaan werken, maar moesten opnieuw nadenken over hun pensioen, vermogen, kinderen en waar ze later wilden wonen. Ook werd duidelijk dat de juridische structuur en bestaande afspraken niet meer goed aansloten op hun nieuwe vermogenspositie.
Het ging dus niet alleen om de vraag of ze genoeg geld hadden. De echte vraag was: hoe organiseer je je vermogen zo dat je nu meer vrijheid hebt, je kinderen later geholpen kunnen worden, de langstlevende partner beschermd blijft en het bedrijf niet onnodig wordt leeggehaald? Ook wilden ze hun kinderen financieel kunnen helpen, maar niet met te veel geld ineens. Ze moesten kansen krijgen, maar ook zelf verantwoordelijkheid blijven dragen.
Aanpak
Ik keek naar de hele situatie. Financieel rekende ik door of minder werken mogelijk was, hoeveel geld ze uit hun ondernemingen nodig zouden hebben en hoe hun vermogen zich kon ontwikkelen als ze defensiever zouden beleggen. We keken naar sparen, deposito's, staatsobligaties en beperkt passieve beleggingen. Ook onderzocht ik of extra bancaire lijfrente-opbouw zinvol was. Voor één van de ouders bleek dat fiscaal aantrekkelijk, voor de ander niet.
Ik keek ook naar hun woning, de bestaande hypotheek en de vraag of financiering via de eigen onderneming zinvol kon zijn. Voor de kinderen maakten we een plan om hen later te kunnen helpen bij studie en wonen. Ieder kind zou op een vergelijkbaar moment op een gelijkwaardige manier worden geholpen, waar nodig onder beheer of bewind. Voor latere hulp bij een woning leek een zakelijke lening vanuit de onderneming passender dan grote extra schenkingen. Voor latere hulp bij een woning leek een zakelijke lening vanuit de onderneming passender dan grote extra schenkingen. Daarbij moet zo’n lening zakelijk worden vastgelegd, met duidelijke afspraken over rente, looptijd, zekerheden en terugbetaling. Als daarnaast vermogen uit de BV naar privé wordt gehaald, moet ook worden beoordeeld of een uitkering vanuit de BV verantwoord is, mede gelet op de uitkeringstest van artikel 2:216 BW.
Het belangrijkste juridische aandachtspunt zat bij de huwelijkse voorwaarden en testamenten. De huwelijkse voorwaarden vroegen om herbeoordeling, omdat de waarde van de bedrijven bij echtscheiding niet meer goed aansloot op de oorspronkelijke afspraken. Op grond van artikel 1:135 BW moet bij het einde van het huwelijk daadwerkelijk worden afgerekend op basis van wat er op dat moment ligt. Als daarin niets is geregeld over waardering van aandelen, fiscale latenties of de wijze van uitbetaling, kan dat leiden tot discussie en ongewenste uitkomsten. Ik adviseerde om met de notaris een duidelijke regeling te maken waarin de ondernemingen wel worden betrokken, met afspraken over waardering, fiscale latenties en betaling.
Ook de testamenten moesten opnieuw worden bekeken. Er was geen sprake van een materiële onderneming waarvoor bedrijfsopvolging of doorschuiffaciliteiten vanzelfsprekend uitkomst boden. Dat betekende dat bij overlijden de aanmerkelijkbelangclaim direct relevant werd: op grond van artikel 4.16 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001 wordt overlijden fiscaal gezien als een fictieve vervreemding van de aandelen. Daarmee komt de opgebouwde belastingclaim in één keer tot uitdrukking, wat gevolgen heeft voor de liquiditeit van de nalatenschap. De langstlevende partner moest de regie houden over de ondernemingen en de kinderen moesten niet rechtstreeks zeggenschap krijgen.
Uitkomst
De uitkomst was geen fiscale truc, maar een samenhangend plan. Minder werken bleek mogelijk als ze hun vermogen defensief en bewust zouden inzetten. De onderneming bleef de centrale plek voor flexibiliteit, inkomen en latere ondersteuning. Niet alles hoefde naar privé te worden gehaald en niet elk fiscaal voordeel hoefde maximaal te worden benut.
Voor de kinderen kwam er een duidelijke lijn: studie ondersteunen, vermogen geleidelijk opbouwen en later eventueel helpen met een zakelijke woningfinanciering vanuit de onderneming. Daarmee kregen ze kansen, zonder dat ze op jonge leeftijd vrij over grote bedragen konden beschikken of financieel afhankelijk zouden worden.
Juridisch werd duidelijk welke aanpassingen nodig waren. De huwelijkse voorwaarden moesten beter aansluiten op de huidige vermogenspositie. De testamenten moesten de langstlevende partner centraal stellen, met voldoende bevoegdheden en aandacht voor de fiscale claim op de ondernemingen.
Dit was een situatie waarin financiële planning voor ondernemers niet draaide om één rekensom. Privévermogen, onderneming, kinderen, pensioen, huwelijkse voorwaarden en overlijden grepen allemaal op elkaar in. Daarom moet je niet alleen kijken naar rendement of belasting, maar naar de totale organisatie van het vermogen.
Gebruikte wetsartikelenArtikel 2:216 BW — Dit artikel bevat de uitkeringstest voor BV's: het bestuur moet toetsen of de vennootschap na een uitkering of verstrekking van vermogen nog aan haar verplichtingen kan voldoen. Rechtstreeks relevant omdat de casus een zakelijke lening vanuit de holding aan de kinderen bespreekt als alternatief voor schenking, waarbij de financiële robuustheid van de BV een voorwaarde is.
Artikel 1:135 BW — Dit artikel regelt de verplichting tot daadwerkelijke verrekening bij het einde van het huwelijk op basis van het dan aanwezige vermogen. Rechtstreeks relevant omdat de casus beschrijft dat de huwelijkse voorwaarden niet meer aansloten op de werkelijke vermogenspositie, en dat duidelijke afspraken over waardering en betaling ontbraken.
Artikel 4.16 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001 — Dit artikel bepaalt dat overlijden fiscaal wordt aangemerkt als een fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen, waardoor de opgebouwde belastingclaim direct tot uitdrukking komt. Rechtstreeks relevant omdat de casus de aanmerkelijkbelangclaim bij overlijden expliciet noemt als aandachtspunt bij de testamentplanning en de liquiditeit van de nalatenschap.
-
Situatie
Ik hielp een ondernemer/DGA in Utrecht die huwelijkse voorwaarden had laten opstellen om haar onderneming te beschermen. Op papier leek alles goed geregeld. Er was geen gemeenschap van goederen en de akte was gemaakt met een duidelijke bedoeling: de onderneming en holding moesten buiten de risico's van het huwelijk blijven.
Maar toen ik de huwelijkse voorwaarden naast haar financiële situatie legde, zag ik dat het beeld anders was. Er stond een periodiek verrekenbeding in dat nooit was uitgevoerd. Als zo'n afspraak jarenlang niet wordt nagekomen, bepaalt artikel 1:141 BW dat bij het einde van het huwelijk wordt afgerekend over het dan aanwezige vermogen, alsof alles gemeenschappelijk was opgebouwd. Dat was ver van de oorspronkelijke bedoeling. Ook waren er bepalingen over finale verrekening, pensioen, vergoedingsrechten en wat er zou gebeuren bij overlijden. Daarnaast liep de hypotheek op de woning via de holding. In de praktijk betaalde zij bijna alle kosten van de huishouding en ook de rente en aflossing aan de holding.
De vraag was: werken deze voorwaarden nog zoals bedoeld?
Dat bleek niet zo te zijn. Wat ooit bedoeld was als bescherming van de onderneming, kon bij een scheiding juist leiden tot discussie over inkomen, vermogen in de holding, privébetalingen, pensioen en oude verrekenafspraken.
Aanpak
Eerst heb ik de financiële situatie onderzocht. Welke geldstromen liepen via haar privérekening? Welke via de holding? Waar kwamen aflossingen vandaan? En welke lasten werden feitelijk door wie gedragen?
Daarna heb ik de huwelijkse voorwaarden financieel doorgelopen. Het periodiek verrekenbeding was daarbij het eerste aandachtspunt. Als zo'n afspraak jarenlang niet wordt uitgevoerd, kan bij scheiding op grond van artikel 1:141 BW discussie ontstaan over het volledige tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen, ook als dat in een holding zit.
Ook de hypotheek via de holding was belangrijk. Doordat zij als privépersoon jarenlang rente en aflossing betaalde binnen een structuur waarin woning, partner en holding door elkaar liepen, moest worden beoordeeld of vergoedingsrechten of regresachtige aanspraken waren ontstaan. Artikel 1:87 BW is daarbij relevant voor vergoedingsrechten tussen echtgenoten, maar de positie van de holding vraagt om een aparte juridische beoordeling.
Daarnaast heb ik gekeken naar pensioen. In de huwelijkse voorwaarden stonden afspraken over pensioen, maar bij scheiding geldt als uitgangspunt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Op grond van artikel 2 van die wet heeft de andere echtgenoot in beginsel recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen, tenzij daar in de huwelijkse voorwaarden uitdrukkelijk van is afgeweken. Omdat die afwijking niet helder genoeg was vastgelegd, moest dit expliciet worden meegenomen in de aanpassing.
De oplossing zat niet in een snelle standaardwijziging. De oude rechten en risico's moesten concreet worden benoemd. Wat was er mogelijk opgebouwd? Waar konden discussies ontstaan? Van welke mogelijke aanspraken wilden partijen bewust afstand doen? En welke afspraken pasten nog bij de huidige situatie?
Belangrijk was dat de nieuwe afspraken niet alleen juridisch juist zouden zijn, maar ook begrijpelijk en uitlegbaar. Ik bracht de financiële samenhang en risico's in kaart, zodat de notaris de huwelijkse voorwaarden gericht kon aanpassen. Daarbij adviseerde ik om in de nieuwe akte expliciet vast te leggen wat partijen werkelijk bedoelden: dat de onderneming en holding buiten een eventuele verrekening moesten blijven, dat afstand werd gedaan van oude aanspraken en dat beiden begrepen welke rechten zij volgens de oude voorwaarden mogelijk hadden.
Niet alleen de regeling zelf moest kloppen. Ook de bedoeling erachter moest duidelijk zijn.
Uitkomst
De huwelijkse voorwaarden zijn in overleg met de notaris volledig herzien. Het periodiek verrekenbeding en oude afspraken over finale verrekening zijn aangepast of geschrapt. De onderneming en holding zijn duidelijker buiten de verrekening geplaatst. Ook pensioenverevening, oude pensioenafspraken en mogelijke vergoedingsrechten zijn expliciet beoordeeld.
Belangrijker nog: de bedoeling is in gewone taal vastgelegd. Waarom pasten de oude voorwaarden niet meer? Welke mogelijke rechten bestonden er onder de oude akte? Waarvan werd bewust afstand gedaan? En waarom sloten de nieuwe afspraken beter aan bij de huidige financiële situatie?
Daardoor werd niet alleen de juridische tekst aangepast, maar werd ook de kans op toekomstige discussie kleiner.
Voor deze ondernemer betekende dat rust. Niet omdat alles "fiscaal slim" was gemaakt, maar omdat de juridische organisatie eindelijk aansloot op de praktijk. De positie van de holding werd duidelijker afgebakend, de positie bij scheiding werd voorspelbaarder en de estate planning kon gerichter worden ingericht.
Dit is waarom financiële planning voor ondernemers en DGA's verder gaat dan rendement of belasting. Privé, onderneming, woning, partner, kinderen, huwelijkse voorwaarden en testamenten grijpen op elkaar in. Als één onderdeel niet klopt, kan de hele planning gaan schuiven.
Gebruikte wetsartikelen
Artikel 1:141 BW — Dit artikel bepaalt dat een periodiek verrekenbeding dat tijdens het huwelijk niet is uitgevoerd, bij het einde van het huwelijk alsnog wordt afgerekend over het dan aanwezige vermogen, met een wettelijk vermoeden dat alles voor verrekening in aanmerking komt. Rechtstreeks relevant omdat de casus draait om precies dit probleem: een verrekenbeding dat nooit was nagekomen, terwijl de holding intussen in waarde was gegroeid.
Artikel 1:87 BW — Dit artikel regelt vergoedingsrechten tussen echtgenoten: wie privévermogen inzet ten behoeve van het vermogen van de ander, heeft recht op vergoeding. Rechtstreeks relevant omdat zij jarenlang privé rente en aflossing betaalde aan de holding voor de hypotheek op de woning, wat mogelijk vergoedingsaanspraken had doen ontstaan die in de beoordeling moesten worden meegenomen.
Artikel 2 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding — Dit artikel bepaalt dat bij scheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in beginsel bij helfte wordt gedeeld, tenzij daarvan uitdrukkelijk is afgeweken. Rechtstreeks relevant omdat de bestaande huwelijkse voorwaarden pensioenafspraken bevatten die niet helder genoeg van dit wettelijke uitgangspunt afweken, waardoor onduidelijkheid over de pensioenpositie bij scheiding bestond.
-
Situatie
Ik hielp een stel in Breda dat al jarenlang samen was en zich afvroeg of hun leven later financieel nog zou passen.
Ze hadden het goed voor elkaar. Een eigen woning, spaargeld, pensioenpotjes, testamenten en een samenlevingscontract. Eén van hen werkte in loondienst en had door verschillende werkgevers meerdere pensioenen opgebouwd. De ander was na een eerdere carrière zelfstandig ondernemer geworden en deed werk dat echt bij haar paste.
Op papier leek er dus best veel geregeld.
Toch gaf dat geen echte rust.
Want hun vragen gingen niet over één onderwerp. Ze liepen allemaal door elkaar heen.
Kunnen we straks minder werken? Kunnen we onze kinderen helpen tijdens hun studie? Moeten we de hypotheek aflossen of juist niet? Is extra pensioen opbouwen via een lijfrente verstandig? Wat gebeurt er als één van ons overlijdt? En past ons samenlevingscontract nog wel bij hoe wij nu samen leven?
Ze wilden geen ingewikkelde constructies. Ze wilden gewoon weten waar ze aan toe waren. Nu goed kunnen leven, hun kinderen helpen waar dat kan en later niet verrast worden door keuzes die ze nu hadden laten liggen.
De echte vraag was dus niet alleen: hebben we straks genoeg pensioen?
De echte vraag was: hoe richten we ons leven financieel en juridisch zo in dat het klopt voor ons, voor de kinderen en voor later?
Aanpak
Ik ben begonnen met het doorrekenen van hun financiële situatie. Niet alleen voor vandaag, maar ook voor later. Wat gebeurt er richting pensioen? Wat als één van beiden overlijdt? Wat als werken niet meer lukt? En wat betekent het als ze eerder minder willen gaan werken?
Daarbij keek ik naar inkomen, uitgaven, hypotheeklasten, pensioeninkomen, spaargeld, studiekosten voor de kinderen en de wens om in de toekomst rustiger aan te doen.
De eerste conclusie was eerlijk, maar niet makkelijk.
Op korte en middellange termijn zag het er goed uit. Maar op lange termijn konden er tekorten ontstaan. Niet omdat ze onverstandig waren geweest, maar omdat hun wensen samen veel vroegen van het vermogen. Minder werken, kinderen ondersteunen, mogelijk verhuizen en tegelijk hetzelfde uitgavenpatroon vasthouden: dat ging niet vanzelf samen.
Dat is soms het lastigste onderdeel van financiële planning. Je moet niet alleen laten zien wat iemand graag wil horen. Je moet ook duidelijk maken welke keuzes elkaar versterken en welke keuzes samen te kwetsbaar worden.
Daarna heb ik gekeken naar pensioenopbouw. Bij zelfstandig ondernemers komt pensioen niet automatisch binnen via een werkgever. Daarom is het belangrijk om jaarruimte en reserveringsruimte te bekijken. De jaarruimte wordt berekend op basis van artikel 3.127 Wet IB 2001 en houdt rekening met het inkomen en eventueel al elders opgebouwd pensioen. Toch bleek extra pensioensparen in deze situatie niet direct de beste keuze. Het fiscale voordeel was beperkt, het geld zou minder flexibel worden en andere doelen waren op dat moment belangrijker.
Ook de hypotheek hebben we bewust bekeken. Aflossen voelt veilig. Maar een lagere hypotheek is niet altijd hetzelfde als meer financiële rust. In hun situatie was het beschikbare spaargeld later juist nodig als buffer. Daarom was het verstandiger om niet direct extra af te lossen, maar de hypotheek op een later moment opnieuw te beoordelen.
Voor het spaargeld adviseerde ik meer structuur. Geen groot beleggingsverhaal, want dat paste niet bij hen. Wel een rustige opzet met deposito's, zodat er iets meer rendement mogelijk was dan op een gewone spaarrekening, zonder dat al het geld vastzat of aan beursrisico werd blootgesteld.
Daarna kwam de juridische kant.
Het samenlevingscontract was ooit opgesteld met goede bedoelingen, maar de vraag was of het nog praktisch werkte. Er stonden afspraken in over inkomen, vermogen, pensioen en onderhoud. Alleen: samenwoners zijn geen wettelijke erfgenamen van elkaar. Artikel 4:10 BW regelt de wettelijke erfopvolging en noemt uitsluitend de echtgenoot of geregistreerd partner en bloedverwanten. Zonder testament erft een samenwonende partner dus niets, ongeacht hoe lang zij al samen leven. Dat maakt testamenten voor samenwoners geen formaliteit, maar een noodzaak.
Daarom heb ik geadviseerd om met de notaris te bespreken of een geregistreerd partnerschap met goede voorwaarden beter zou passen. Niet omdat dat altijd moet, maar omdat de juridische vorm moet aansluiten op het leven dat mensen samen hebben opgebouwd. Eén concreet voordeel is de positie bij overlijden van de partner met pensioenopbouw in loondienst. Op grond van artikel 57 lid 1 Pensioenwet heeft een nabestaande recht op partnerpensioen, maar daarvoor moet de partner wel kwalificeren als partner in de zin van het pensioenreglement. Bij samenwoners hangt dat af van registratie bij het pensioenfonds en de specifieke voorwaarden van de regeling. Een geregistreerd partnerschap geeft in veel gevallen meer zekerheid dan uitsluitend een samenlevingscontract.
Ook de testamenten en levenstestamenten moesten opnieuw worden bekeken. De langstlevende partner moest goed verder kunnen. Tegelijk moest duidelijk blijven wat uiteindelijk voor de kinderen bedoeld was. En als één van beiden tijdelijk of blijvend niet meer zelf kan beslissen, moet vooraf vastliggen wie mag handelen en welke wensen gelden.
Tot slot heb ik gekeken naar overlijden. De berekeningen lieten zien dat het overlijden van één van beiden financieel veel impact kon hebben. Niet alles hoefde volledig verzekerd te worden, maar een aanvullende overlijdensrisicoverzekering kon wel zorgen voor extra lucht in een periode waarin je al genoeg aan je hoofd hebt.
Uitkomst
De uitkomst was geen simpel antwoord op één pensioenvraag. Het werd een plan met keuzes die bij hun leven pasten.
Minder werken bleek mogelijk, maar niet onbeperkt en niet zonder bijsturing. De kinderen financieel ondersteunen kon ook, maar dan wel met een realistisch budget. Niet alles kon tegelijk maximaal: minder werken, royaal helpen, verhuizen, veel blijven uitgeven en tegelijk volledige zekerheid houden.
Er kwam rust doordat de volgorde duidelijk werd. Eerst grip op de uitgaven. Daarna ruimte reserveren voor de kinderen. Vervolgens op een haalbaar moment minder werken. En pas later opnieuw beoordelen of verder afbouwen verstandig is.
Ook werd duidelijk dat extra pensioensparen niet altijd de beste keuze is, zelfs niet als er fiscale ruimte bestaat. Soms is flexibel vermogen belangrijker dan fiscaal voordeel.
De hypotheek hoefde niet direct extra te worden afgelost. De schuld was overzichtelijk en het spaargeld had een belangrijkere functie als reserve voor later. Door het geld gespreid weg te zetten in deposito's ontstond meer structuur, zonder onnodig risico.
Juridisch gaf het plan vooral duidelijkheid. Het samenlevingscontract moest opnieuw worden bekeken, omdat de afspraken niet vanzelf goed uitvoerbaar waren. Een geregistreerd partnerschap met passende voorwaarden kon beter aansluiten op hun gezamenlijke leven, pensioenafspraken en de bescherming van elkaar.
Voor de testamenten lag de nadruk op de langstlevende partner: die moest verzorgd achterblijven en de ruimte houden om verder te leven. Tegelijk moest de positie van de kinderen zorgvuldig worden geregeld. Ook levenstestamenten waren belangrijk, zodat bij wilsonbekwaamheid niet pas op dat moment discussie ontstaat.
Deze casus laat goed zien dat financiële planning voor een zelfstandig ondernemer niet alleen gaat over pensioen of belasting. Het gaat over de samenhang tussen werk, inkomen, kinderen, woning, vermogen, overlijden, arbeidsongeschiktheid en juridische afspraken.
Een zelfstandig ondernemer heeft veel vrijheid. Maar vrijheid vraagt ook om organisatie. Pensioen, bescherming van je partner en rust voor later ontstaan niet vanzelf. Die moet je bewust regelen.
Gebruikte wetsartikelenArtikel 3.127 Wet IB 2001 — Dit artikel bevat de berekeningsformule voor de jaarruimte: de fiscale ruimte om lijfrentepremies aftrekbaar in te leggen voor aanvullende pensioenopbouw. Rechtstreeks relevant omdat de casus de vraag bespreekt of de zelfstandige ondernemer via deze route extra pensioen zou moeten opbouwen, en wat het werkelijke voordeel daarvan was in haar situatie.
Artikel 4:10 BW — Dit artikel regelt de wettelijke erfopvolging en kent die uitsluitend toe aan de echtgenoot of geregistreerd partner en bloedverwanten. Samenwoners vallen daar niet onder. Rechtstreeks relevant omdat de casus draait om een stel dat samenwoont zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap, waardoor zonder testamenten de langstlevende partner juridisch met lege handen staat.
Artikel 57 lid 1 Pensioenwet — Dit artikel regelt het recht op partnerpensioen voor de nabestaande bij overlijden van een deelnemer. Of een samenwonende partner daarop aanspraak kan maken, hangt af van de definitie van "partner" in het pensioenreglement en doorgaans van registratie bij het pensioenfonds. Rechtstreeks relevant omdat de partner met meerdere pensioenen in loondienst dit risico liep en een geregistreerd partnerschap in veel regelingen meer zekerheid biedt dan een samenlevingscontract alleen.
Ervaringen van ondernemers en DGA’s
-
Vanwege een zakelijk complexe situatie die ook mijn privé trof heb ik advies ingewonnen bij "Altijd Voor Elkaar". Het ging om het oversluiten van mijn hypotheek van privé naar zakelijk. Bij mijn accountant werd het geheel eenzijdig aangevlogen en enkel fiscaal benaderd. Na een fijn gesprek met Willem van "Altijd Voor Elkaar" werd al snel duidelijk dat er door mijn accountant een aantal zeer belangrijke juridische zaken over het hoofd werden gezien. Er werd een duidelijk plan opgesteld hoe het geheel niet enkel fiscaal maar ook juridisch volledig correct gedaan diende te worden. Hierbij stap voor stap begeleid door Willem van "Altijd Voor Elkaar", wat zorgde voor een stuk overzicht en rust in deze al met al ingewikkelde case. Er is zelfs contact geweest tussen mijn accountant en Willem waarbij er complimenten zijn gegeven over de algehele en brede deskundigheid. Er wordt een brug geslagen tussen de verschillende disciplines waardoor gelukkig de juiste weg is gekozen. Zonder deze hulp was het puur fiscaal aangevlogen en waren er een aantal serieuze fouten op juridisch vlak gemaakt, wat veel consequenties had kunnen hebben. Nogmaals ontzettend bedankt voor jullie hulp!
-
Ik kan iedere zzp er aanraden om eens met Willem om de tafel te gaan zitten. Het heeft mij een heel stuk wijzer gemaakt . En hier ga ik later fijn de vruchten van plukken.
Bon: Google review & beoordelingsbeleid
-
We hebben voor Altijd voor Elkaar en voor Willem gekozen omdat de professionele en persoonlijke aanpak ons aansprak. Hoewel de insteek i.v.m. mijn eigen onderneming een zakelijke was, was het belangrijk dit breder te bekijken, omdat de zakelijke financiele keuzes (bijv. over pensioen) ook impact hebben op de persoonlijke situatie en andersom. We konden ons verhaal doen en aan de hand daarvan werd een duidelijk financieel advies geschreven. Tussentijds werd gecheckt of hij goed begrepen had wat wij verteld hadden, zodat het advies ook echt op maat is. Het advies is goed leesbaar, en goed onderbouwd. Ook kwam hij dit mondeling toelichten, waardoor we onze vragen meteen konden stellen. En hij biedt ook ruimte om die vragen naderhand nog te stellen. Wat ons ook aansprak is duidelijkheid over de kosten, 1 duidelijke prijs, geen onverwachte kosten achteraf. Onafhankelijk dus geen "verkoop" van producten. En duidelijkheid over wat we precies aan moesten leveren en dit uiteraard op een veilige manier geregeld. Kortom: zeer goed geholpen zowel qua inhoud van het advies, het proces en de persoonlijke aanpak!
Ervaringen van klanten laten zien hoe juridisch-financieel advies in de praktijk kan helpen bij inzicht, rust en richting.
Meer klantbeoordelingen via Google reviews en Advieskeuze
Veelgestelde vragen over financiële planning voor ondernemers en DGA’s
-
Vermogen in de holding geeft vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid. Je moet niet alleen kijken naar rendement of belasting, maar ook naar inkomen, dividend, pensioen, partner, kinderen, huwelijkse voorwaarden en testamenten.
Op papier kan er veel vermogen zijn, terwijl dat vermogen juridisch of fiscaal niet zomaar vrij beschikbaar is. Denk aan box 2-heffing, toekomstige erfbelasting, aanmerkelijkbelangclaims, leningen, kindvorderingen of afspraken in huwelijkse voorwaarden.
Daarom kijk ik eerst naar de functie van het vermogen. Wat is nodig voor privé? Wat moet beschikbaar blijven in de holding? Wat is nodig voor belastingclaims, partnerbescherming en toekomstige keuzes? Pas daarna kun je verantwoord beslissen wat je met het vermogen doet.
-
Minder werken raakt niet alleen je privé-inkomen. Bij een ondernemer of DGA raakt het ook de managementfee, winst uit onderneming, DGA-salaris, dividendruimte, pensioenopbouw en vermogen in de holding of onderneming.
Daarom kijk ik niet alleen of het inkomen volgend jaar past. Ik kijk ook wat minder werken betekent voor de langere termijn. Blijft er genoeg vermogen over? Kun je je partner goed achterlaten? Kun je kinderen later helpen? En blijven de juridische afspraken nog kloppen als de inkomens- en vermogensverhouding verandert?
Minder werken kan vaak, maar dan moet het financieel én juridisch goed worden ingericht.
-
Veel ondernemers hebben ooit testamenten laten maken, of juist nog helemaal niets geregeld. Maar je onderneming, holding, gezin en vermogen veranderen vaak sneller dan je testament.
Als er ondernemingsvermogen, holdingvermogen, vastgoed, leningen of fiscale claims zijn, is een standaardtestament vaak te beperkt. De vraag is niet alleen wie erft. De vraag is ook: kan de langstlevende partner blijven leven, beslissen en betalen? Krijgen kinderen direct zeggenschap? Zijn er kindvorderingen? Is er erfbelasting of aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd? En is er genoeg liquiditeit om dat op te vangen?
Daarom kijk ik bij ondernemers en DGA’s ook naar de samenhang tussen testamenten, huwelijkse voorwaarden, onderneming, holding en privévermogen. Een testament moet niet alleen juridisch kloppen, maar ook uitvoerbaar zijn in de financiële werkelijkheid.
-
Veel ondernemers laten huwelijkse voorwaarden maken op het moment dat zij een onderneming starten. Vaak is de bedoeling duidelijk: de onderneming beschermen, risico’s buiten het gezin houden en voorkomen dat privé en zakelijk te veel door elkaar lopen.
Maar jaren later kan de werkelijkheid anders zijn. De onderneming is gegroeid, er is vermogen opgebouwd, de partner heeft meegewerkt of juist privé veel gedragen, er zijn kinderen gekomen of de financiële afhankelijkheid is veranderd.
Dan is de vraag niet alleen of er huwelijkse voorwaarden zijn. De vraag is of ze nog doen wat ooit bedoeld was.
Bij financiële planning voor ondernemers kijk ik daarom ook naar de huwelijkse voorwaarden. Wat gebeurt er bij overlijden? Wat gebeurt er bij echtscheiding? Worden ondernemingsvermogen, opgepotte winst, vergoedingsrechten of pensioenafspraken wel of niet meegenomen? En past dat nog bij hoe jullie samen leven en vermogen hebben opgebouwd?
Soms zijn de voorwaarden nog passend. Soms moet er niets veranderen. Maar soms blijkt dat een bepaling die ooit bescherming moest bieden, later juist tot discussie of ongelijkheid kan leiden. Dat wil je niet pas ontdekken op het moment dat het misgaat.
-
Overlijden is niet het enige risico. Ook wilsonbekwaamheid kan grote gevolgen hebben, zeker als één van jullie ondernemer of DGA is.
Wie mag dan zakelijke en privébeslissingen nemen? Wie mag bankzaken regelen, aangiften verzorgen, dividendbesluiten voorbereiden, leningen beheren, de woning verkopen of contact onderhouden met accountant, notaris en bank? En wie bewaakt dat de belangen van partner, kinderen en onderneming niet door elkaar gaan lopen?
Daarom hoort bij financiële planning voor ondernemers ook een levenstestament. Niet als standaardformulier, maar als praktische regeling voor het moment waarop je zelf tijdelijk of blijvend niet meer kunt handelen. Juist dan moet duidelijk zijn wie bevoegd is, wat die persoon mag doen en welke grenzen daarbij gelden.
-
Veel ondernemers willen hun kinderen helpen met studie, woningmarkt of vermogensopbouw. Dat is begrijpelijk. Maar grote schenkingen zijn niet altijd de beste oplossing.
Soms is het betalen van studiekosten logischer. Soms past schenken onder bewind beter. En soms is een zakelijke lening of hypotheek vanuit de holding verstandiger dan opnieuw vermogen definitief weggeven.
De vraag is dus niet alleen hoeveel je fiscaal mag schenken. De vraag is vooral: hoe help je je kinderen zonder hen financieel afhankelijk te maken, zonder je eigen planning te verzwakken en zonder de holding onnodig leeg te halen?
Wil je weten wat juridisch-financiële planning voor jouw situatie betekent?
Plan een vrijblijvend inventarisatiegesprek. Dan kijken we waar jouw vraag begint en welke samenhang tussen privé en onderneming belangrijk is.
