CFP®, REP & RES® gecertificeerd
Onafhankelijk financieel adviseur in Breda
Als onafhankelijk financieel adviseur in Breda begeleid ik ondernemers, DGA’s en gezinnen bij hun financiële planning: van inkomen en vermogen tot pensioen en nalatenschap.
Omdat alles in elkaar grijpt doe ik dat integraal: ik breng je financiële keuzes en juridische afspraken rond samenwonen, trouwen of nalaten samen in één samenhangend geheel, niet als losse adviezen naast elkaar.
Zonder productverkoop, met een vaste prijsafspraak vooraf. We spreken af waar het voor jou prettig is: online of bij jou thuis in Breda en omgeving. bijvoorbeeld in Bavel, Ulvenhout of Prinsenbeek.
Juridisch-financieel advies met expertise in:
Financiële planning & advies
helder overzicht en financieel advies afgestemd op jouw levenSamenwonen, trouwen & duidelijke afspraken
concrete afspraken over wonen, vermogen en inkomenErfrecht & nalatenschapsplanning
slim schenken, nalaten & vooruitdenkenFinancieel advies bij scheiding
zorgvuldig uit elkaar, met duidelijkheid voor daarna
Het gaat om het leven dat jij wilt leiden. We zetten jouw middelen en juridische afspraken in dienst van dat leven, zoals jij het wilt ervaren. Benieuwd hoe dit er in de praktijk uitziet? Bekijk mijn anonieme praktijkvoorbeelden.
Inzicht · Overzicht · Rust · Voor Elkaar
⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️ 4.9 - Google reviews
Anonieme praktijkcasussen uit Breda
Praktijkcasussen uit deze regio zijn geanonimiseerd. Zie mijn beoordelingsbeleid en mijn werkwijze.
-
Situatie
In dit dossier begeleidde ik een gezin dat een ontvangen erfenis doelgericht wilde inzetten. Een deel daarvan wilden zij gebruiken voor verbetering en verduurzaming van de eigen woning, terwijl er ook ruimte moest blijven om de kinderen later tijdens hun studie te ondersteunen. Daarnaast speelde de vraag of één van hen eerder kon stoppen met werken. De kern was daarom niet alleen wat er nu mogelijk was, maar vooral hoe deze keuzes op langere termijn financieel en juridisch goed georganiseerd konden worden.
Aanpak
Ik heb deze vragen integraal bekeken. Daarbij onderzocht ik of pensioen eerder of juist later laten ingaan passend was, hoeveel vermogen verantwoord kon worden ingezet, wat de gevolgen waren van privévermogen dat in gezamenlijk bezit terechtkomt en hoe vergoedingsrechten goed vastgelegd moeten worden. Ook heb ik gekeken of vermogen voor de kinderen beter apart gehouden kon worden of dat beleggen daarbij een logische richting was.
Uitkomst
De verbetering en verduurzaming van de woning bleken haalbaar, terwijl ook een studiebudget voor de kinderen kon worden geborgd. Eerder stoppen met werken was financieel wel mogelijk, maar minder ruim dan vooraf gehoopt zonder stevig in de uitgaven te snijden. Daarom is gekozen voor iets langer doorwerken. Tegelijk zijn de vergoedingsrechten rond de investering van geërfd vermogen helder vastgelegd, zodat daar later geen discussie over ontstaat.
Meer over mijn integrale financiële planning voor particulieren
-
Situatie
In dit dossier begeleidde ik een jong gezin dat aan het begin stond van een nieuwe woon- en gezinsfase. Zij kochten samen een nieuwe woning, terwijl één van beiden al twee appartementen bezat. Eén appartement werd verhuurd en de andere woning kon na de verhuizing eveneens als verhuurwoning worden aangehouden.
De vraag was daardoor veel breder dan: houden of verkopen?
Zij wilden weten hoeveel vastgoed binnen hun totale financiële planning verantwoord was, hoe de nieuwe woning het beste kon worden gefinancierd en hoeveel vrije liquiditeit beschikbaar moest blijven. Tegelijk wilde één partner structureel minder gaan werken om meer tijd met het gezin door te brengen.
Ook juridisch moest de situatie opnieuw worden ingericht. Zij hadden een geregistreerd partnerschap zonder voorwaarden, terwijl het uitgangspunt juist was dat sommige bezittingen gezamenlijk moesten worden en andere privé moesten blijven. Bovendien zou één partner mogelijk hoofdelijk aansprakelijk worden voor financiering van vastgoed waarvan alleen de ander eigenaar was.
Het doel was daarom niet maximale vermogensgroei, maar een structuur waarin gezin, vastgoed, liquiditeit, eigendom en risico daadwerkelijk bij elkaar pasten.
Aanpak
Voor de twee appartementen heb ik meerdere scenario's naast elkaar gezet: beide aanhouden, één verkopen of beide verkopen, gecombineerd met verschillende manieren van financieren en aflossen.
Daarbij heb ik bewust niet gerekend met historische hoge woningrendementen. Voor de waardegroei is een prudente aanname gebruikt, zodat het vastgoedscenario zichzelf niet automatisch als beste oplossing zou aanwijzen door een optimistische prijsstijging. De meerwaarde van aanhouden moest komen uit de werkelijke combinatie van huurinkomsten, kosten, belasting, financiering en waardeontwikkeling.
De vergelijking liet zien dat het aanhouden van beide appartementen en het versneld afbouwen van de verhuurfinanciering binnen de gekozen aannames de sterkste vermogensontwikkeling gaf. Dat scenario had echter ook de laagste vrije liquiditeit in de eerste jaren. De financieel beste uitkomst op eindvermogen was dus niet automatisch de meest comfortabele route.
Daarom heb ik er bewust een tweede route naast gezet: één appartement verkopen en één behouden. Dat leverde naar verwachting minder eindvermogen op, maar aanzienlijk meer vrij beschikbaar geld en minder concentratie-, financierings-, verhuur- en beheerrisico.
Het advies werd daarmee geen absolute keuze tussen houden en verkopen. Beide appartementen aanhouden was het financiële vertrekpunt, mits voldoende privébuffer behouden bleef. Als rust, liquiditeit en risicospreiding zwaarder gingen wegen, was verkoop van één appartement een volwaardig alternatief.
Een voorgestelde BV- en holdingstructuur heb ik juist afgewezen. Het onderbrengen van het bestaande vastgoed in vennootschappen bracht direct aanzienlijke overdrachts-, advies-, notaris- en financieringskosten mee en zou juist in deze levensfase te veel privéliquiditeit opsluiten. De mogelijke fiscale voordelen wogen daar niet tegenop. Een dergelijke structuur kon later opnieuw worden onderzocht als de vastgoedportefeuille daadwerkelijk groter zou worden.
Ook een familiehypotheek was technisch mogelijk, maar heb ik niet actief geadviseerd. Het beperkte financiële voordeel woog voor mij niet op tegen het vermengen van familieverhoudingen met de vastgoedfinanciering. Een externe financiering hield de structuur eenvoudiger en duidelijker.
De financiële planning gaf daarnaast ruimte voor een keuze die niet primair financieel was. Eén partner wilde structureel een dag minder werken om meer tijd met het gezin door te brengen. Uit de berekeningen bleek dat dit haalbaar was. Daardoor heb ik niet geadviseerd om het inkomen te maximaliseren, maar juist om die vrije dag te behouden en zo nodig het tempo van extra hypotheekaflossingen daarop aan te passen.
De aflossingsplanning moest zich dus aanpassen aan het leven, niet andersom.
Ook extra pensioenopbouw is om dezelfde reden bewust beperkt gehouden. Er was fiscale jaarruimte, maar de komende jaren waren vrije middelen nodig voor de woning, het gezin, de verhuurfinanciering en toekomstige kosten voor de kinderen. De bestaande beperkte stortingen konden doorgaan; maximaal gebruikmaken van de fiscale ruimte paste niet bij de actuele prioriteiten.
Juridisch heb ik vervolgens gekozen voor selectieve gezamenlijkheid.
De nieuwe gezinswoning werd gezamenlijk. Ook één bestaand appartement kon in een beperkte gemeenschap worden gebracht, maar zonder dat de al opgebouwde privé-overwaarde van de oorspronkelijke eigenaar daardoor zomaar gezamenlijk vermogen werd. De bestaande vermogenspositie werd daarom afzonderlijk vastgelegd en toekomstige waardeontwikkeling, aflossingen, investeringen en exploitatieresultaten konden vanaf een afgesproken moment gezamenlijk worden gedeeld.
Het andere appartement bleef volledig privévermogen. Omdat de partner voor de financiering mogelijk wel mede hoofdelijk aansprakelijk werd, was alleen in de partnerschapsvoorwaarden zetten dat het pand privé bleef onvoldoende.
Daarom heb ik een afzonderlijke overeenkomst interne draagplicht en vrijwaring uitgewerkt. Intern draagt de eigenaar alle schuld, rente, aflossing, kosten, leegstandsrisico en eventuele restschuld. Betaalt de andere partner toch iets of wordt op haar vermogen verhaal genomen, dan ontstaat een regresvordering. Ook is vastgelegd dat bij het einde van de relatie actief moet worden geprobeerd haar uit de externe aansprakelijkheid te ontslaan.
Ook bij de nieuwe gezamenlijke woning was een vermogensrechtelijke correctie nodig. Eén partner had bij aankoop meer privévermogen ingebracht. Dat extra bedrag werd niet simpelweg als nominale schuld vastgezet, maar kreeg een afzonderlijk vergoedingsrecht volgens de beleggingsleer, zodat het naar rato meebeweegt met de waardeontwikkeling van de woning.
De partnerschapsvoorwaarden werden daarmee geen standaard koude uitsluiting en ook geen volledige gemeenschap. Gezamenlijk werd wat zij werkelijk samen wilden opbouwen; bestaand privévermogen en risico's die economisch bij één persoon hoorden bleven daar ook juridisch zoveel mogelijk bij aansluiten.
Tot slot moesten ook de testamenten aansluiten op die vermogensstructuur. Omdat er minderjarige kinderen, meerdere vastgoedobjecten en verschillende privé- en gemeenschapsvermogens waren, vond ik een standaard wettelijke verdeling te star.
Ik heb daarom een quasi-wettelijke verdeling geadviseerd: partner en kinderen worden erfgenaam, maar de langstlevende krijgt als executeur en afwikkelingsbewindvoerder ruime bevoegdheden om de nalatenschap praktisch te verdelen. Vastgoed kan worden behouden, verkocht, geherfinancierd of aan de langstlevende worden toegedeeld, terwijl de aanspraken van de kinderen als geldvorderingen worden vastgelegd.
Daarbij heb ik juist geen 1/99-erfstelling geadviseerd. De extra complexiteit voegde in deze gezinssituatie onvoldoende toe. Flexibiliteit kon eenvoudiger worden bereikt met gelijke erfdelen, ruime verdelingsbevoegdheden, een flexibele renteclausule en fiscale keuzelegaten.
Voor de kinderen kwam daar testamentair bewind bij. Gezien de mogelijke omvang van het vermogen vond ik vrije beschikking direct vanaf achttien jaar te vroeg.
Uitkomst
Deze casus draaide uiteindelijk om één centrale keuze: niet alles wat gezamenlijk voelt, hoeft juridisch volledig gezamenlijk te worden — en niet ieder financieel voordeel is belangrijker dan liquiditeit, eenvoud en gezinstijd.
De twee verhuurde woningen konden worden aangehouden, maar alleen zolang de liquiditeitsbuffer voldoende bleef en het rendement de risico's en beheerlast bleef rechtvaardigen. Een BV-structuur en familiehypotheek voegden op dit moment vooral complexiteit toe en vielen daarom af.
Een dag minder werken paste wél. De financiële planning was sterk genoeg om ruimte te maken voor meer tijd met het gezin. Daarom werd niet het inkomen gemaximaliseerd, maar de aflossingsstrategie aangepast.
Ook fiscaal pensioen werd niet maximaal gevuld zolang het gezin het geld op kortere termijn nuttiger kon inzetten.
Juridisch ontstond vervolgens een structuur waarin drie verschillende vermogensposities naast elkaar konden bestaan:
een gezamenlijke gezinswoning, mét bescherming van de ongelijke privé-inbreng;
een bestaand appartement dat vanaf nu bewust gezamenlijk wordt opgebouwd, zonder de oude privé-overwaarde weg te schenken;
een volledig privé-appartement waarvan ook schuld, risico en economisch resultaat intern bij de eigenaar blijven.
De testamenten sluiten daarop aan door de langstlevende veel praktische vrijheid te geven zonder de vermogensrechten van de kinderen uit het oog te verliezen.
Meer over mijn integrale financiële planning voor particulieren, financieel relatieadvies en partnerschapsvoorwaarden en financieel-juridisch advies bij nalatenschap en testament.
-
Situatie
In dit dossier begeleidde ik een stel dat al lange tijd samenwoonde, maar juridisch weinig voor elkaar had geregeld. Zij waren niet getrouwd, hadden geen geregistreerd partnerschap en ook geen samenlevingscontract.
De vermogenspositie was ongelijk. De woning en het grootste deel van het vermogen waren van één partner. Zij had kinderen uit een eerdere relatie; haar partner had geen kinderen. Financieel konden zij goed leven, maar een deel van het aanwezige vermogen zou later ook nodig zijn om hun inkomen aan te vullen. Het vermogen was dus niet alleen bedoeld om ooit na te laten.
Bij overlijden speelde vooral één vraag: hoe zorg je ervoor dat de langstlevende in de woning kan blijven wonen, terwijl de woning en het overige vermogen uiteindelijk naar de kinderen gaan?
Daarnaast heb ik gekeken naar pensioen, het ondersteunen van de kinderen, de verdeling van de huishoudkosten en de gevolgen als één van beiden privévermogen in het vermogen van de ander zou investeren.
Aanpak
Eerst heb ik de financiële planning doorgerekend. De gewenste levensstandaard was op lange termijn haalbaar, maar daarbij moest wel rekening worden gehouden met het gebruik van het aanwezige vermogen. De spaarcapaciteit was beperkt; het vrije vermogen zou later mede dienen als aanvulling op het inkomen.
Daarom heb ik voor de partner die nauwelijks pensioen had opgebouwd geen extra bancaire pensioenopbouw geadviseerd. Er was wel fiscale ruimte, maar het inkomen was wisselend, de pensioenfase kwam relatief dichtbij en het fiscale voordeel was te beperkt om nu een deel van het vermogen langdurig vast te zetten. Vrij beschikbaar vermogen was in deze situatie belangrijker.
Voor spaargeld dat niet direct nodig was, heb ik een depositoladder geadviseerd. Daarmee kon een deel van het vermogen iets beter renderen, terwijl ieder jaar weer geld beschikbaar kwam. Bestaande vermogensbestanddelen die voor hen ook persoonlijk waarde hadden, hoefden niet te worden verkocht alleen om de vermogensmix financieel verder te optimaliseren.
Ook het helpen van de kinderen paste binnen de planning. Er was ruimte voor schenkingen en voor een familielening voor de aankoop van een woning, zonder dat daarmee de eigen financiële positie onder druk kwam te staan. Zo'n lening moest wel zakelijk worden ingericht, met duidelijke rente- en aflossingsafspraken en een goede administratie.
Vervolgens heb ik de overlijdensscenario's doorgerekend.
Bij overlijden van de partner met het minste vermogen bleef de financiële positie van de ander goed. Andersom lag dat anders. De langstlevende zou op langere termijn aanzienlijk minder te besteden hebben. Dat volledige tekort verzekeren was echter erg kostbaar en vond ik niet proportioneel.
De oplossing hoefde daarom niet te zijn om ieder mogelijk financieel tekort dicht te verzekeren. Veel belangrijker was dat de partner in ieder geval zeker wist dat hij in de woning kon blijven wonen.
Daarvoor moest ook tijdens leven de juridische basis beter worden geregeld.
In het samenlevingscontract adviseerde ik onder meer vast te leggen wat van wie was, hoe de huishoudkosten werden verdeeld en wat er gebeurt als privévermogen wordt geïnvesteerd in gezamenlijk vermogen of in het vermogen van de ander.
Bij dergelijke investeringen ontstaat een vergoedingsrecht volgens de beleggingsleer. De vergoeding beweegt dan mee met de waardeontwikkeling van het goed waarin het privévermogen is geïnvesteerd. Ook een waardedaling werkt daarin door.
Een andere keuze was minstens zo belangrijk. Zij zouden later waarschijnlijk deels uit hun vermogen leven. Als privévermogen wordt gebruikt voor gewone kosten van de huishouding, wilden zij niet dat daardoor jarenlang allerlei onderlinge vorderingen zouden ontstaan. Daarom is juist afgesproken dat privévermogen dat bewust aan de huishouding wordt besteed geen vergoedingsrecht oplevert.
Voor het overlijden van de vermogende partner heb ik vervolgens geadviseerd de kinderen ieder voor gelijke delen tot erfgenaam te benoemen.
De partner hoeft daarvoor niet mede-erfgenaam of eigenaar van de woning te worden. Zijn positie kan afzonderlijk worden beschermd door hem het vruchtgebruik van de woning en de inboedel te legateren.
De kinderen worden dan eigenaar, maar de langstlevende mag de woning blijven gebruiken en bewonen. Daarmee is zijn woonpositie geregeld zonder dat de woning uiteindelijk buiten het vermogen van de kinderen terechtkomt.
In de vruchtgebruikregeling moeten de praktische afspraken meteen duidelijk zijn. Het vruchtgebruik eindigt bijvoorbeeld bij overlijden, duurzame opname in een zorginstelling of bij een nieuwe duurzame partnerrelatie. Ook moet duidelijk zijn wie welke lasten en welk onderhoud betaalt en dat verhuur of onderverhuur niet de bedoeling is.
Voor andere bezittingen hoeft niet dezelfde oplossing te worden gekozen. Als de partner naast het woonrecht ook een bedrag of het saldo van bepaalde gezamenlijke rekeningen moet krijgen, kan dat met afzonderlijke legaten worden geregeld. De erfstelling van de kinderen hoeft daarvoor niet te worden gewijzigd.
Daarnaast heb ik geadviseerd een uitsluitingsclausule op te nemen, zodat wat de kinderen erven bij een eventuele scheiding niet met hun partner hoeft te worden gedeeld.
Een tweetrapsmaking kan aanvullend worden gebruikt als de wens nog verder gaat, bijvoorbeeld wanneer een resterende erfenis na het overlijden van een kind naar de kleinkinderen of een andere vooraf gekozen erfgenaam moet gaan. In de daarbij uitgewerkte regeling geldt nadrukkelijk op is op: degene die het vermogen eerst verkrijgt mag het tijdens zijn leven gewoon gebruiken. De uiteindelijke erfgenamen krijgen alleen wat er later nog resteert.
Uitkomst
De financiële planning liet zien dat zij hun huidige levensstandaard konden voortzetten, maar dat het beschikbare vermogen daar later ook voor nodig was. Extra pensioenopbouw was daarom niet vanzelfsprekend verstandig. De fiscale mogelijkheid bestond, maar het geld vrij beschikbaar houden woog zwaarder.
Ook kinderen helpen met een schenking of familielening bleek mogelijk, zonder de eigen financiële positie uit het oog te verliezen.
De belangrijkste juridische oplossing zat bij overlijden.
De kinderen worden erfgenaam van het vermogen. De partner krijgt geen volledige eigendom van de woning, maar wel het recht om daar te blijven wonen. Daarmee worden twee verschillende wensen afzonderlijk geregeld: woonzekerheid voor de partner en behoud van het vermogen voor de kinderen.
Het samenlevingscontract sluit daarop aan. Investeringen in elkaars vermogen worden goed vastgelegd, maar gewone gezamenlijke uitgaven leiden niet achteraf tot een lange lijst onderlinge schulden.
Zo hoeft niet alles gezamenlijk te worden gemaakt om elkaar goed te beschermen. Juist door eigendom, gebruik, inkomen en nalatenschap afzonderlijk te regelen, kan ieder krijgen wat in deze situatie daadwerkelijk nodig is.
Meer over mijn integrale financiële planning voor particulieren, financieel relatieadvies en samenlevingscontract en financieel-juridisch advies bij nalatenschap en testament.
Verdieping: pensioenplanning voor DGA met vastgoed
Bij DGA’s met vermogen in de BV, verhuurd vastgoed en toekomstige pensioeninkomsten grijpen financiële, fiscale en juridische keuzes sterk in elkaar. Hoeveel liquiditeit moet beschikbaar blijven? Is extra aflossen verstandig? Wanneer past een lijfrente? En wat verandert als een deel van het leven zich in het buitenland afspeelt?
Lees de uitgebreide casus: Pensioenplanning voor DGA met vastgoed
Juridisch & financieel advies in Breda voor jouw situatie
Online of bij jou thuis in Breda, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en omgeving
Financiële planning
Eerder stoppen met werken/pensioen
Vermogen & schulden organiseren
Ondernemen & privé goed afgestemd
Duidelijke keuzes voor nu en later
Financiële én juridische samenhang
Samenwonen & trouwen
Samengesteld gezin & eerdere relaties
Afspraken over wonen
Afspraken over inkomen & vermogen
Inbreng, eigendom & vergoedingsrechten
Nalatenschap integraal opgenomen
Financieel advies bij scheiding
Second opinion(s)
Vermogensopstelling & verdeling
Alimentatieberekeningen
Vergoedingsrechten in beeld
Financiële positie na de scheiding
Erfrecht & nalatenschapsplanning
Overzicht financieel & juridisch
Testament & levenstestament
Vermogen met warme hand overdragen
Fiscale optimalisatie binnen jouw wensen
Langstlevende & kinderen goed verzorgd
Wat cliënten zeggen over mijn juridisch-financieel advies in Breda en omgeving
-
Willem heeft ons een uitgebreid en eerlijk advies gegeven. Hij is betrouwbaar en komt afspraken na. We hebben prettige gesprekken met hem gehad.
Bron: Google review & reviewbeleid
-
We zijn met Willem in zee gegaan vanwege de positieve reviews, en hij heeft dat zeker waargemaakt. Hij heeft voor ons een onafhankelijk en gedegen financieel plan gemaakt op een niveau dat alleen een professional dat kan, en met een zeer persoonlijke benadering. Hierdoor hebben wij duidelijkheid gekregen over onze situatie na mijn aankomend ontslag en de haalbaarheid van onze financiële wensen (zoals eerder stoppen met werken en schenken aan onze kinderen) met daarbij de fiscaal beste weg om daar te komen. Ik raad hem zeker aan.
Bron: Google review & reviewbeleid
Meer ervaringen lees je op Google reviews en Advieskeuze
Even kennismaken…
Willem Jonkers, onafhankelijk financieel adviseur in Breda
Ik kijk niet alleen naar cijfers, maar naar het geheel. Dus ook naar de juridische afspraken die daarbij horen en naar de vraag wat op de lange termijn echt voor jou werkt.
Of het nu gaat om financiële planning, samenwonen of trouwen, een scheiding, eerder met pensioen of nalatenschapsplanning: ik help je om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden en keuzes goed te organiseren.
Fiscaal optimaal is niet altijd klant-optimaal. Dus ik geef een eerlijk en helder advies waar je echt verder mee kunt. Echt onafhankelijk.
CFP®-, RES®- en REP-gecertificeerd financieel planner in Breda
Advies over inkomen, pensioen, vermogen en ondernemerschap
Keuzes rond samenwonen, trouwen, scheiden en nalatenschap
Duidelijke uitleg, bij jou thuis of online, zonder productverkoop
Veel gestelde vragen over juridisch-financieel advies in Breda
-
Nee. Ik verkoop geen hypotheken, verzekeringen of beleggingsproducten en bemiddel daar ook niet in. Ik help je met inzicht, scenario’s, juridische samenhang en keuzes. Als je een product nodig hebt zal ik dat aangeven. Waar en hoe jij dat afsluit sta ik volledig buiten.
-
Dat hangt af van de omvang en complexiteit van jouw situatie. Het eerste uitgebreide kennismakings- en inventarisatiegesprek is vrijblijvend. Daarna ontvang je een duidelijke prijsopgave, zodat je vooraf weet waar je aan toe bent. Juridisch-financiële planning voor particulieren kost € 2.250 – € 3.250. Voor ondernemers en DGA’s is dat € 2.750 – € 4.250. Juridisch en financieel advies bij scheiding kost voor particulieren € 2.250 – € 2.750 en voor ondernemers en DGA’s € 2.250 – € 4.250. In uitzonderlijke situaties kan maatwerk passend zijn; ook dan spreken we vooraf een vaste prijs af. Alle bedragen zijn inclusief btw. Bekijk de tarievenpagina voor meer informatie.
-
Nee. Altijd Voor Elkaar verkoopt geen producten en bemiddelt daar ook niet in. Alleen onafhankelijk financieel advies in jouw belang.
-
Ja dat kan op dinsdag, woensdag en donderdagavond tot 19:30.
-
Je wilt weten waar je aan toe bent. Inzicht, rust en duidelijkheid. En omdat ik je help met 100% onafhankelijk, deskundig advies dat echt bij jou past.
-
Na jouw aanvraag neem ik contact met je op om een uitgebreid kennismakings- en inventarisatiegesprek te plannen. Dit gesprek is vrijblijvend. We nemen de tijd om jouw situatie, wensen en adviesvragen goed in kaart te brengen en bespreken welke financiële en juridische onderwerpen daarbij samenhangen.
Na het gesprek ontvang je een duidelijke prijsopgave. Je weet dus vooraf wat het advies kost en beslist daarna of je met mij verder wilt.
Na akkoord ontvang je een overzicht van de stukken die ik nodig heb. Zodra het dossier compleet is, start ik met de analyse en werk ik jouw juridisch-financiële advies uit. Vervolgens bespreken we het advies uitgebreid, online of bij jou thuis in Breda en omgeving.
Het doel is steeds hetzelfde: overzicht, onderbouwde keuzes en een financiële én juridische organisatie die bij jouw situatie past.

