Juridisch-financieel relatieadvies: woning, zorg, kinderen & vermogen
Afspraken over woning, zorg, kinderen en inbreng van vermogen - vóórdat het misgaat. Denk ook aan draagplicht van schulden. De weerbarstige realiteit van vergoedingsrechten bij samenwoners, maar ook gehuwden. De vaak enorme onevenwichtige vermogensopbouw tussen partners die is ontstaan door verkeerde afspraken. Maar ook de complexe situatie voor samengestelde gezinnen is reden voor goede en heldere vastlegging vóóraf.
In jullie afspraken leg je vast hoe jullie het leven gaan betalen, verdelen en inrichten. Maar ook leg je hierin vast hoe jullie in de toekomst uit elkaar gaan, mocht dat onverhoopt gebeuren. Het kan maar beter duidelijk vastgelegd zijn.
Relaties bouwen vermogen op. Niet alleen via sparen en beleggen, maar vooral via keuzes: wie werkt hoeveel, wie zorgt, wie betaalt de hypotheek, wie brengt eigen geld in, en wat gebeurt er als één van beiden een woning of onderneming meeneemt. Zolang de relatie stabiel is, voelt dat vaak als “we regelen het samen”. Juridisch is dat zelden een regeling.
In dit artikel werk ik het juridisch-financiële kader uit voor afspraken die in de praktijk het verschil maken: bij ongelijke inbreng, inwonen in de woning van de ander, twee woningen, zorgperiodes en samengestelde gezinnen. Dit is precies het terrein waarop een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden zonder financiële paragraaf later kan vastlopen: niet omdat de akte fout is, maar omdat de bedoeling niet herleidbaar is naar geldstromen en bewijs.
Als juridisch-financieel adviseur bied ik juridisch-financieel relatieadvies aan stellen in onder meer Rotterdam, Breda, Utrecht en Barendrecht. Voor jouw gemeente kijk je op de locatiepagina.
1. Waarom dit onderwerp wél over emotie gaat
Discussies over geld gaan zelden over het bedrag. Ze gaan over erkenning, veiligheid, autonomie en controle. Wie jarenlang minder werkt voor kinderen of mantelzorg, ervaart vaak niet “ik heb minder verdiend”, maar “ik heb bijgedragen op een andere manier”. Het recht corrigeert dat niet vanzelf. Het recht vraagt: wat is afgesproken, wat is bewezen, en binnen welke termijn is een vordering veiliggesteld?
Ik bouw mijn analyse daarom altijd op langs drie lagen: (1) Eigendom: wat is juridisch van wie? (2) Draagplicht: wie betaalt intern welke lasten en waarom? (3) Compensatie: hoe vang je structurele scheefgroei op (pensioen, vermogen, zorg)?
2. Samenwoners en gehuwden: dezelfde werkelijkheid, ander juridisch systeem
In het dagelijks leven lijken samenwoners en gehuwden vaak op elkaar: één huishouden, soms kinderen, gezamenlijke keuzes. Juridisch zijn het twee universums.
Gehuwden en geregistreerd partners hebben een uitgewerkt huwelijksvermogensrecht met o.a. vergoedingsrechten (art. 1:87 BW), regels over kosten van de huishouding (art. 1:84 BW) en bij scheiding pensioenregels (Wet VPS).
Samenwoners hebben dat wettelijke vangnet niet. Zonder contract val je terug op het algemene verbintenissenrecht en op bewijs: wat was de afspraak, wat was de bedoeling, welke betaling had welke kwalificatie?
Ik zie in de praktijk dat veel stellen zich precies hierop verkijken: men denkt “we doen alles samen”, maar het recht vraagt: “waar blijkt dat uit?”
3. Afspraken bij ongelijke inbreng en aankoop van een woning: eigendom is niet genoeg
Een veelgemaakte denkfout is dat de eigendomsverhouding in de leveringsakte (bijv. 50/50 of 70/30) automatisch de financiële verhoudingen oplost. Dat is zelden waar. De kernvraag ligt eronder: wie draagt intern de lasten en hoe wordt afgerekend?
Daarom is een draagplichtovereenkomst (of een gelijkwaardig financieel kader in jullie contract/voorwaarden) vaak essentieel. Die hoort expliciet te regelen: rente én aflossing, extra aflossingen, verbouwingskosten (gift/lening/investering) en de afrekening bij verkoop of einde relatie (volgorde: schuld, inleg, waardedeling).
Zonder dit kader wordt het achteraf reconstrueren: bankafschriften, intenties en interpretatie. Dat is precies de situatie waarin bewijs- en verjaringsproblemen hard binnenkomen.
4. Inwonen in de woning van de andere partner: het stille risico van “meebetalen”
Inwonen klinkt eenvoudig: één woning, één huishouden. Juridisch wordt het risicovol zodra geldstromen lopen die méér zijn dan huishoudkosten. De cruciale vraag is: wat is de juridische betekenis van jouw betalingen?
Afspraken die je vooraf concreet wilt maken: betaal je huur (zakelijk of symbolisch), zijn betalingen kosten van het samenleven of investeringen, hoe kwalificeer je meebetalen aan aflossing of verbouwing (gift/lening/investering), wat is de afrekening bij einde relatie, en hoe bewijs je dit (schriftelijk, periodieke bevestiging, administratie).
5. Als jullie allebei een woning hebben: keuzes rond hoofdverblijf, aanhouden en fiscale dynamiek
Wanneer beide partners een eigen woning hebben en gaan samenwonen, ontstaan keuzes die zowel financieel als juridisch doorwerken: welke woning wordt hoofdverblijf, wat gebeurt er met de andere woning (verkoop/aanhouden/verhuur), wie betaalt de lasten, en ontstaat er bij “inbrengen” een vergoeding bij waardestijging of niet?
Ik noem box-1/box-3-denken hier als structuur: je wil voorkomen dat feitelijke keuzes later niet meer te herleiden zijn naar een afspraak. Juist dan ontstaan discussies die niet alleen juridisch, maar ook relationeel ontsporen.
6. Samenwoners: vorderingen zonder vergoedingsrechten
De Hoge Raad heeft helder gemaakt dat art. 1:87 BW (vergoedingsrechten/beleggingsleer) niet geldt voor samenwoners: HR 10 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:707) en HR 17 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1571).
Wil je bij samenwonen wél laten meebewegen met waardestijging (zoals bij gehuwden), dan moet je dat expliciet afspreken. Doe je dat niet, dan is nominaliteit vaak het vertrekpunt en moet je bij een vordering terugvallen op het algemene verbintenissenrecht.
7. Verjaring: het probleem dat niemand “tijdens goede jaren” wil zien
Verjaring is in relatievermogenskwesties geen theoretisch detail. Interessant — en juridisch prikkelend — is Rb. Rotterdam 24 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:14198).
In die uitspraak is zichtbaar dat de rechtbank ruimte ziet voor een beschermingsgerichte benadering van verjaring bij langdurig samenwoners. Dat is juridisch interessant, maar nog geen bestendige lijn.
8. Gehuwden en geregistreerd partners: beleggingsleer in één formule (art. 1:87 BW)
Voor gehuwden en geregistreerd partners geldt sinds 2012 vaak de beleggingsleer bij vergoedingsrechten: de vergoeding beweegt mee met de waardeontwikkeling van het goed. Juridisch klinkt de beleggingsleer abstract, maar in de praktijk komt zij neer op een eenvoudige gedachte: wie privé inlegt in een goed, deelt in beginsel mee in de waardeontwikkeling van dat goed.
Formule: V = (I / C) × Wt
waarbij V = vergoedingsrecht, I = investering uit privévermogen, C = waarde van het goed op moment van investering, Wt = waarde op moment van afrekening.
Recente hofrechtspraak laat zien dat bij vergoedingsrechten één detail vaak alles bepaalt: wanneer ontstaat het vergoedingsrecht precies?
Het Hof Den Haag liet op 22 oktober 2025 zien dat een schenking of erfenis onder uitsluitingsclausule door vermenging met gemeenschapsvermogen al direct kan leiden tot een nominaal vergoedingsrecht. Dan maakt het voor de grondslag niet meer uit dat datzelfde geld later nog in de woning is terechtgekomen.
Op 4 februari 2026 maakte hetzelfde Hof vervolgens duidelijk dat bij aflossingen op een schuld die is aangegaan voor de woning, voor de beleggingsleer het economisch investeringsmoment centraal staat. Niet de waarde van de woning bij aankoop, maar de waarde van de woning op het moment van de aflossing kan dan bepalend zijn.
De praktische les is helder: bij vergoedingsrechten moet je altijd eerst vaststellen waar het geld vandaan komt, wanneer het juridisch is vermengd en op welk moment economisch is geïnvesteerd. Wie die volgorde overslaat, loopt het risico nominaliteit en beleggingsleer door elkaar te halen.
9. Zorgperiodes: kinderen, mantelzorg voor ouders en scheefgroei in pensioen en vermogen
De grootste ongelijkheid in relaties ontstaat vaak niet door één grote aankoop, maar door tijd: jaren minder werken, zorgen, loopbaan op pauze. Dat raakt pensioenopbouw, vermogensopbouw (op eigen naam) en fiscale ruimte (bijv. lijfrente/jaarruimte in passende situaties).
De kernvraag is: hoe compenseer je structurele scheefgroei? Denk aan afgesproken pensioencompensatie via aanvullende opbouw, structurele vermogensopbouw op naam van de partner die tijdelijk minder werkt, en vaste herijkingsmomenten (bij geboorte, langdurige ziekte, mantelzorg, verhuizing).
10. Samengestelde gezinnen: kosten voor kinderen en erfrechtelijke logica moeten kloppen
Samengestelde gezinnen zijn juridisch en financieel gevoeliger omdat belangen meervoudig zijn. Twee onderwerpen moeten vooraf concreet worden.
A. Kosten voor kinderen: leg vast welke kosten gezamenlijk zijn en welke niet, hoe je omgaat met kinderbijslag/kindgebonden budget, verdeling van school/opvang/sport/zorgkosten, en wat er gebeurt als één partner minder gaat werken voor (stief)kinderen.
B. Erfrecht (eerste overlijden én tweede overlijden): bij samenwoners is het kernrisico dat je zonder testament vaak geen wettelijke erfpositie hebt. Bij gehuwden zit het spanningsveld in samengestelde gezinnen vaak bij het tweede overlijden. Veel stellen willen tegelijk de langstlevende beschermen én zekerstellen dat het vermogen uiteindelijk teruggaat naar de eigen kinderen. Dat vraagt om bewuste keuzes in legaten, (testamentair) bewind, executele en vaak ook een tweetrapsmaking/terugvalmechanisme of andere conditionering.
11. Zelfs een zorgvuldig opgestelde akte kan tekortschieten zonder financiële paragraaf
Dit is geen kritiek op de notaris. Het is een verschil in scope. Een akte kan juridisch keurig zijn en toch financieel te weinig houvast geven als de onderliggende systematiek niet vooraf is doordacht. Een notariële akte borgt juridische vormvastheid. Maar als de financiële werkelijkheid complex is, moet je vooraf de financiële systematiek uitwerken zodat de akte niet alleen juridisch geldig is, maar ook herleidbaar en uitvoerbaar.
12. Checklist: afspraken die vooraf expliciet moeten worden gemaakt
Woning & eigendom: eigendom + interne draagplicht (rente/aflossing/onderhoud), ongelijk inbreng (terugbetaling en waardedeling), verbouwing (gift/lening/investering + bewijs).
Inwonen/woning op één naam: kwalificatie betalingen (huur/kosten samenleven/investering) en afrekening bij einde relatie.
Twee woningen: hoofdverblijf-keuze en lastenverdeling; aanhouden/verhuren/verkoop: wie draagt risico en wie krijgt opbrengst.
Zorgperiodes: compensatie pensioenopbouw en vermogensopbouw; herijkingsmomenten.
Samengesteld gezin: kosten kinderen; erfrechtelijke route naar kinderen bij tweede overlijden.
Documenteer minimaal een schriftelijke draagplichtovereenkomst, periodieke bevestiging(en) per mail, bankafschriften en expliciete kwalificaties van betalingen.
Slotzin
Wie wil voorkomen dat woning, vermogen, zorg en kinderen later alsnog tot discussie leiden, doet er verstandig aan eerst helder te krijgen welke afspraken financieel en juridisch echt passend zijn. Vanuit daar kunnen een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden pas goed worden opgebouwd.
Dit artikel is algemeen van aard en vervangt geen individueel juridisch advies; laat je situatie altijd toetsen op maat.
Wettelijk kader en rechtspraak (selectie)
Relevante wetsartikelen
Huwelijksvermogensrecht / bijdragen
BW 1:87 – vergoedingsrechten
BW 1:84 – kosten van de huishouding
BW 1:94 – gemeenschap van goederen
Samenwoners: grondslagen vorderingen
BW 6:203– onverschuldigde betaling
BW 6:212 – ongerechtvaardigde verrijking
BW 6:162 – onrechtmatige daad
BW 6:217 – overeenkomst
Regres / interne draagplicht
BW 6:10 – regres bij hoofdelijke verbondenheid
Verjaring / stuiting
BW 3:310 lid 1 – verjaring
BW 3:306 – algemene verjaring
BW 3:317 – stuiting door schriftelijke aanmaning/mededeling
BW 3:321 – verlengingsgronden
Pensioen
Wet VPS – verevening pensioen bij scheiding
Erfrecht (samengestelde gezinnen)
BW 4:10 – wettelijke erfopvolging
BW 4:13 e.v. – wettelijke verdeling
BW 4:35 e.v. – legaten
BW 4:142 e.v. – executele
BW 4:153 e.v. – bewind
Rechtspraak
HR 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707
HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1571
HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1936
HR 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:436
Auteur
Als Certified Financial Planner, Register Erkend Scheidingsadviseur en Register Estate Planner ben ik geen notaris, maar ik help met name samenwoners, ondernemers en samengestelde gezinnen wel met het vooraf financieel en juridisch doordenken van afspraken, zodat die in een notarieel document helder, logisch en uitvoerbaar kunnen worden vastgelegd. Meer over mij op deze pagina.
Meer verdieping
Voor verdere verdieping verwijs ik graag naar de podcast van prof. mr. Freek Schols en mr. Lucienne van der Geld, twee autoriteiten op het gebied van relatievermogensrecht en erfrecht. Zij bespreken daarin helder het spanningsveld tussen juridische vorm en praktische uitwerking, mede aan de hand van recente jurisprudentie.
Blog vergoedingsrechten
Blog zaaksvervanging
Blog Récompense & reprise
Podcast Scheiden samenwoners ook? (CFP podcast)
Veel gestelde vragen
1) Geldt de beleggingsleer (art. 1:87 BW) ook voor samenwoners?
Nee. Art. 1:87 BW geldt alleen voor gehuwden en geregistreerd partners. Samenwoners hebben zonder expliciete afspraak géén wettelijk vergoedingsrecht dat meebeweegt met de waardestijging (beleggingsleer). Wil je dat toch, dan moet je het uitdrukkelijk vastleggen in een samenlevingscontract of aparte overeenkomst (met een heldere methode: nominaal of pro rata).
2) Wat is het verschil tussen eigendom (50/50) en draagplicht?
Eigendom zegt wie juridisch eigenaar is, maar draagplicht gaat over de interne vraag: wie betaalt welke lasten en hoe reken je af?
Zonder draagplichtafspraak kan het gebeuren dat één partner structureel meer rente/aflossing betaalt, maar dat later niet (goed) kan terughalen. Daarom is een draagplichtovereenkomst vaak cruciaal bij:
ongelijke inbreng,
ongelijke inkomens,
één woning op één naam,
meebetalen aan aflossing/verbouwing.
3) Ik woon in bij mijn partner en betaal mee: is dat “huur” of een investering?
Dat hangt volledig af van wat jullie bedoelen en vastleggen. Juridisch kan dezelfde betaling worden gezien als:
bijdrage aan kosten van het samenleven,
huur,
lening,
investering met recht op vergoeding.
Als je niets vastlegt, loop je het risico dat meebetalen later als “gewoon bijdragen” wordt gezien, zonder terugbetalingsrecht. Daarom is het verstandig vooraf expliciet te maken:
wat je betaling juridisch is,
wat er gebeurt bij einde relatie,
en hoe dit wordt onderbouwd (schriftelijk + administratie).
4) Hoe zit het met verjaring bij samenwoners?
Bij samenwoners is verjaring vaak kort en in de praktijk een onderschat risico. In hoofdlijnen geldt vaak een termijn van vijf jaar vanaf het moment dat je bekend bent met je vordering en de wederpartij. Zonder stuiting kan een vordering dus “stil” verdwijnen.
De uitspraak Rb. Rotterdam 24 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:14198) is opvallend, omdat in die uitspraak zichtbaar is dat de rechtbank ruimte zag voor een beschermingsgerichte benadering van verjaring bij langdurig samenwoners. Dit is juridisch prikkelend, maar nog geen vaste lijn.
5) Wat moet je extra regelen bij een samengesteld gezin?
In samengestelde gezinnen zit het risico vaak op twee punten:
A. Kosten voor kinderen
Leg vast welke kosten gezamenlijk zijn, welke niet, en hoe je omgaat met school/opvang/sport/zorgkosten. Zonder afspraken ontstaan snel discussies die relationeel én financieel escaleren.
B. Erfrecht (tweede overlijden)
Veel stellen willen de langstlevende partner beschermen, maar ook zekerstellen dat het vermogen uiteindelijk teruggaat naar de eigen kinderen. Dat vraagt om bewuste testamentaire keuzes (bijv. legaten, bewind, executele en vaak een terugvalmechanisme/tweetrap). Dit is precies het terrein waar “we zien later wel” meestal te laat komt.
